Oorzaken van de mismatch:
Loting is het gevolg van mismatch tussen vraag van ouders en leerlingen en het aanbod dat middelbare scholen aanbieden.
Mismatch heeft meerdere oorzaken:
Middelbare scholen zijn geen verantwoording verschuldigd aan de gemeente maar vallen onder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het Ministerie bemoeit zich niet actief met het vaststellen van het benodigde aanbod van de middelbare scholen maar heeft dit gedelegeerd aan de schoolbesturen in de regio. Het instrument dat hiervoor gebruikt wordt, is het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO). De gedachte dat de belanghebbenden gehoord zouden worden bij de formulering van het RPO blijkt in de praktijk een dode letter. In Amsterdam blijkt de gemeente zeer beperkte invloed te hebben op het RPO, de provincie was zich niet bewust van een verantwoordelijkheid hierbij en ouders, kinderen of arbeidsmarktpartijen werden niet gehoord.
Feitelijk komt het er op neer dat de middelbare scholen bij wet vergaand autonoom zijn in hun beslissingen en er nauwelijks correctiemogelijkheden zijn als het aanbod van scholen onvoldoende matched met de vraag van ouders en leerlingen.
De praktijk leert dat het voor scholen uitermate aantrekkelijk is om samen het aanbod krap te houden. Scholen waar kinderen graag naartoe willen, hebben voordeel van een tekortschietend aanbod. Ten eerste omdat overaanbod hun populariteit bevestigt, lotingen zijn goed voor hun reputatie van kwaliteitsschool. Ten tweede heeft een school die mag loten een budgettair voordeel vanwege precies gevulde klassen. Scholen waar kinderen minder graag naartoe gaan, genieten vervolgens het voordeel van gedwongen winkelnering van uitgelote kinderen. Waar scholen in een regionaal samenwerkingsverband voor het overige vooral elkaars concurrenten zijn, blijkt al snel dat aanbodschaarste een gemeenschappelijk belang is. Leerlingen zijn hiervan de dupe. Zij moeten steeds vaker loten voor een plaats op een school van hun keuze. Vorig jaar werd er op 16 Amsterdamse scholen geloot.
Het aantal kinderen in en buiten de stad dat naar een school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam wil, groeit al jaren. Tegenover de groeiende vraag staat een rem op het aanbod. Middelbare scholen in Zuid en Centrum mogen zelfs niet meer groeien, terwijl dit juist de meest populaire scholen zijn. Bestaande scholen hebben bovendien een vetorecht bij de oprichting van nieuwe scholen. Deze afspraken betekenen dat het aanbod nauwelijks kan reageren op de vraag. Er treedt dus met zekerheid een mismatch tussen vraag en aanbod op.
De Amsterdamse middelbare scholen hebben een regiofunctie waardoor jaarlijks zo’n 1.000 leerlingen zich vanuit de regio aanmelden op een Amsterdamse middelbare school, het merendeel voor de onderwijsniveaus VWO en Gymnasium en op scholen met een specifiek onderwijsaanbod (Montessori, Dalton e.d.). Hiermee hebben de Amsterdamse middelbare scholen voor een ‘open systeem’ gekozen, wat een heel ander systeem is dan de middelbare scholen in de Amsterdam omringende gemeentes hanteren. Daar wordt namelijk veelal met een ‘gesloten’ systeem gewerkt waarbij de scholen een voorrangspositie aan leerlingen woonachtig in hun eigen gemeente toekennen. Omdat het correct voorspellen van de vraag van leerlingen bij een open systeem veel moeilijker is dan bij een gesloten systeem, zou er een groter surplus in aantal plaatsen per onderwijsniveau aangeboden moeten worden om ouders en leerlingen daadwerkelijk een vrije schoolkeuze te kunnen bieden. VSA vindt dat scholen die een regiofunctie willen vervullen voldoende capaciteit moeten bieden. Dat doen scholen nu niet.
Daarnaast streeft VSA naar een einde aan de huidige achterstelling van Amsterdamse kinderen zodat zij net zoveel rechten krijgen op toegang tot scholen als andere kinderen in de regio. De Stichting is van mening dat iedereen een voorrang in de eigen woonplaats moet hebben, of niemand.
Daar is nu geen sprake van. Kinderen uit Amstelveen, Almere, Badhoevedorp, Hoofddorp, Zaanstad e.d. mogen allemaal meedingen naar de schaarse plekken op Amsterdamse scholen, Amsterdamse kinderen kunnen buiten Amsterdam niet terecht. ('
klik hier' voor een overzicht van de voorrangsregelingen voor kinderen van buiten Amsterdam). Nogmaals: dit is vooral een probleem omdat de scholen zelf hun capaciteit beperken.
Kinderen in de regio hebben in feite een gegarandeerde plaats, in elk geval hebben zij meer keus dan Amsterdamse kinderen. Amsterdamse kinderen concurreren met een jaarlijks groeiend aantal kinderen om een plaats op de beste Amsterdamse scholen. Dit leidt in toenemende mate tot loting (zie bijvoorbeeld ook:
‘NRC Handelsblad , 30 januari 2010’).
We hebben overigens al een aantal zaken bereikt. In het coalitieakkoord van het nieuwe Amsterdamse college is vastgelegd dat ‘Amsterdamse kinderen ten minste dezelfde kansen moeten hebben om op de eerste school naar keuze toegelaten te worden als kinderen uit de regio.’ En de OSVO (de verenigingsvorm waarin alle Amsterdamse middelbare scholen samenwerken) heeft beloofd met randgemeenten te gaan praten over afschaffing van hun huidige voorrangsregelingen. Tot heden heeft dit echter nog weinig opgeleverd.
Een voortdurende groei van de bevolking van Amsterdam en daardoor een groei van het aantal leerlingen dat jaarlijks naar de middelbare school gaat.
Door de geboortetoename eind jaren negentig zullen ook komend voorjaar weer meer Amsterdamse kinderen dan het afgelopen jaar meedingen naar een plaats op een middelbare school (klik
‘hier’ voor de geboortecijfers van Amsterdamse kinderen).
Het Centraal Bureau voor de Statistiek in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving heeft 12 oktober 2011 de nieuwe Regionale bevolkings- en huishoudensprognose gepubliceerd. Hieruit blijkt dat verwacht wordt dat de bevolking van Amsterdam tot 2025 met ruim 110.000 zal groeien en ook de regio rondom Amsterdam in bevolking zal toenemen.
Voor het persbericht klik hier:
Een toenemend percentage leerlingen kiest de laatste jaren voor de onderwijsniveaus HAVO, VWO en Gymnasium waardoor de vraag naar plaatsen op scholen voor deze onderwijsniveaus toeneemt. Dit is een rechtstreeks gevolg van de succesvolle inspanning van de gemeente Amsterdam en de basisscholen om de onderwijskwaliteit te verbeteren.
Oplossingsrichtingen volgens VSA
Om deze mismatch structureel op te kunnen lossen is een aanbod van plaatsen op Amsterdamse middelbare scholen nodig dat aansluit op de vraag. Om dit te kunnen bereiken is een gezamenlijke inspanning nodig van alle betrokkenen: de Amsterdamse basis- en middelbare scholen, de gemeente, de provincie, het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (onder wiens verantwoordelijkheid middelbare scholen functioneren) en ouders en leerlingen.
De Amsterdamse basisscholen en de gemeente nemen de mismatch ondertussen serieus en zetten zich daadwerkelijk in om dit probleem structureel op te lossen. Maar daarvoor is ook de medewerking van Amsterdamse middelbare scholen nodig.
VSA is van mening dat er:
- 1. Een loods met invloed aangesteld moet worden; die de inzichten en beslissingsbevoegdheid krijgt om vraag en aanbod in Amsterdam ieder jaar optimaal te matchen. Iemand die inzicht heeft in vraag en aanbod, iemand die kan ingrijpen bij schaarste en de mogelijkheid heeft middelbare scholen aan te spreken op hun verantwoordelijkheden en zo nodig aanpassingen kan afdwingen.
- 2. Meer ruimte moet komen voor nieuw aanbod; de situatie zou beduidend minder schadelijk zijn als het mogelijk zou zijn geweest een of meer nieuwe scholen op te richten. Helaas echter is dat in Amsterdam en in de meeste andere dichtbevolkte gebieden niet mogelijk doordat de wet op het voortgezet onderwijs voorschrijft dat binnen 10 km van een bestaande school niet een nieuwe kan worden gesticht van eenzelfde denominatie. Dit betekent dat in Amsterdam op dit ogenblik door ouders alleen nog een islamitische school voor voortgezet onderwijs kan worden gesticht, alle andere denominaties zijn voorzien. In Amsterdam betekent dit dat alle nieuwe scholen die de afgelopen tien jaar zijn gesticht in feite nevenvestigingen zijn van bestaande scholen, hetgeen vernieuwing en competitie om beter onderwijs geen goed doet. Initiatieven van ouders – zoals bijvoorbeeld in maart 2011 bepleit door de rector van het Amsterdamse 4e Gymnasium in een ingezonden stuk in NRC – zijn wettelijk onmogelijk.
Concreet is het voorstel van VSA het 10km criterium te schrappen, in ieder geval in grootstedelijke gebieden zoals Amsterdam.
Activiteiten van VSA
VSA heeft vanaf de oprichting in januari 2010 aangedrongen op een structurele aanpak van de mismatch.
We hebben onder andere:
- aangedrongen op het beschikbaar stellen van controleerbare gegevens over vraag en aanbod, zowel gegevens uit het verleden als prognoses voor de toekomst;
- overleg gevoerd met vertegenwoordigers van Amsterdamse basis- en middelbare scholen, de gemeente Amsterdam, de provincie en het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen om een betere afstemming tussen vraag en aanbod te bewerkstelligen;
- scholen en de gemeente Amsterdam geïnformeerd over de voorrangsregelingen in de regio;
- een kort geding gevoerd om een snelle oplossing af te dwingen.
Overleg en acties gaan door totdat er een structurele oplossing voor deze al jaren spelende en steeds groter wordende problematiek is gecreëerd.
Onder
‘nieuws’ kunt u alle acties vinden die VSA heeft ondernomen.
Onder
‘downloads’ vindt u brieven, krantenartikelen en andere gepubliceerde stukken.